De natuur van Antarctica is heel rijk. De ijsschotsen en
kiezelstranden zijn een rustplek voor zeeluipaarden,
pelsrobben en zeehonden. Stormvogels vliegen af en aan.
Bultrugwalvissen laten zich regelmatig zien, als ze langstrekken of
als de jongen met hun moeder spelen. U leert dit intrigerende
ecosysteem goed kennen aan de hand van uw eigen ervaringen en de
lezingen en presentaties van de specialisten aan boord.
Het eerste wat opvalt bij aankomst op Antarctica, zijn de
duizenden pinguïns. Op kleine stranden, hoge ijsbergwanden en
grote sneeuwvlaktes: waar u ook kijkt ziet u pinguïnkolonies.
Met tienduizenden tegelijk vormen ze zwart-witte dekens tot zover
het oog reikt.

Clowns van Antarctica
Gekleed in hun grappige winterjas en klungelig lopend op
zwemvliezen, zijn pinguïns een plezier om naar te kijken. Er zijn
drie soorten die veelvuldig op het schiereiland voorkomen:
ezelspinguïns, kinbandpinguïns en adéliepinguïns. Van deze drie is
de adéliepinguïn de enige echte Antarctische pinguïn. Een andere
pinguïnsoort die alleen op Antarctica voorkomt en maar zelden wordt
waargenomen bij het schiereiland is de sierlijke
keizerspinguïn.

Walvissen
Het hele seizoen door zijn er bij Antarctica bultrugwalvissen te
zien. Eind februari en maart zijn de beste maanden voor het zien
van verschillende soorten walvissen. In deze zomermaanden komen ze
naar de voedselrijke wateren van Antarctica. Ze doen zich tegoed
aan tonnen krill en maken een vetvoorraad aan. Tegen de winter
keren ze terug naar warmere oorden. De vinvissen en
bultrugwalvissen zijn het meest actief. Ook worden geregeld
groepen orka's gezien.

Zeeluipaarden
Het eerste wat opvalt aan het zeeluipaard is zijn enorme bek met
een indrukwekkende rij scherpe tanden. Zeeluipaarden houden
wel van een hapje pinguïn of jonge zeehond. Het bijna
prehistorisch uitziende zeeluipaard dankt zijn naam aan het patroon
van luipaardvlekken op zijn huid. Hij zwemt uiterst snel en heeft
de reputatie agressief te zijn. Het zeeluipaard leeft voornamelijk
aan de rand van het pakijs.